Bovenbouwmethodiek

Terug naar Diensten

De bovenbouwlessen Frans voor 80% gevuld met spreekactiviteiten en tegelijk leerlingen voorbereiden op hun examen? Het is mogelijk en bijzonder stimulerend voor leerling en docent.J’AIMe parler français is een vernieuwende, impliciete methodiek voor Frans in de bovenbouw HV met een primaire focus op de ontwikkeling van de spreekvaardigheid en wordt ontwikkeld door Project Frans. De voertaal is Frans, de lessen worden grotendeels gevuld met spreekopdrachten en er is weinig tot geen expliciete aandacht voor grammatica, lezen en luisteren. Op de pagina 'onderzoek' onder 'Informatie' staan de eerste resultaten van het wetenschappelijk onderzoek naar deze methodiek.
Het is niet een kant- en klare methode met een programmatisch boek maar een methodiek met uitgewerkte leerlijnen voor de vier vaardigheden, een programma van toetsing en afsluiting, een programma van activiteiten en een activiteitenbank voor lesactiviteiten. Van de docent wordt verwacht zelf lesactiviteiten te ontwikkelen en deze te delen met medegebruikers.
De methode is ontwikkeld en uitgeprobeerd in VWO 4-6 (met goede resultaten). Op dit moment zijn er geen ervaringsgegevens m.b.t. HAVO. Vanaf het cursusjaar 2019/2020 zal de methodiek uitgerold worden in het HAVO. Het valt te verwachten dat, gezien de kortere leerlijn, er nadrukkelijker van een leerling verwacht wordt ervaring te hebben met doeltaalgebruik.
Docenten of vakgroepen die belangstelling hebben, kunnen contact opnemen met Project Frans (zie 'contact') voor ondersteuning bij het invoeren van deze methodiek. Op de pagina 'ondersteuning' staan een aantal voorbeelden van het ondersteuningsaanbod maar dit zal altijd in overleg ingevuld worden.

De methodiek

Wat zijn de uitgangspunten en de kenmerken van deze aanpak? Wat voor begineisen worden gesteld aan leerlingen? Wat is het theoretisch model? Hoe zien de leerlijnen voor de verschillende vaardigheden er uit?
In dit bestand zijn antwoorden op deze en andere vragen te vinden.



Een studiewijzer

Het bestand laat zien hoe het onderwijs georganiseerd wordt en welke praktische informatie aan de leerlingen verstrekt wordt.



Online leersystemen

Om tijdens de les zoveel mogelijk tijd te kunnen besteden aan de ontwikkeling van de spreekvaardigheid is ervoor gekozen om de ‘input’ (aanbod van nieuwe taal door middel van leesteksten en video’s) als ‘huiswerk’ aan te bieden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een aantal online leersystemen die de docent in staat stelt om het werk van leerlingen goed te controleren.
De belangrijkste zijn:
www.fluentu.com (werkt met video’s)
www.zeeguu.org (werkt met internetteksten)
Leerlingen rapporteren hun activiteit en de docent controleert steekproefgewijs.

Systeem van Individuele Huiswerk Opdrachten (SIPHO)

Het werken met online leersystemen maakt deel uit van een integrale en gepersonaliseerde benadering van het huiswerk: Sipho (Systeem voor individuele persoonlijke huiswerkopdrachten) waarbij de leerling thuis diverse taken uitvoert die zorgen voor ‘input’ en die helpen bij de ontwikkeling van de vier vaardigheden. Voor elke taak wordt een hoeveelheid tijd berekend waarbij van een leerling verwacht wordt dat elke week ongeveer één klokuur gewerkt wordt. Een deel van de taken is verplicht en een deel wordt door de leerling gekozen.

Toetsen en beoordelen

Vanuit de visie die hoort bij deze methodiek worden uitsluitend vaardigheden getoetst:
Voor de lees- en de luistervaardigheid wordt gebruikt gemaakt van aangepaste Cito-examens op niveau waarmee de docent zicht houdt op de ontwikkeling van deze receptieve vaardigheden.
Voor de schrijfvaardigheid wordt gebruik gemaakt van SAFAS, een integrale aanpak voor de ontwikkeling en de beoordeling van de schrijfvaardigheid (zie pagina SAFAS).
Voor de spreekvaardigheid wordt gebruik gemaakt van een aangepaste versie van de SOPA-test die zich richt op het snel en betrouwbaar toetsen van spontaan taalgebruik.
Wat zijn de resultaten?

De methodiek is ontwikkeld op het Gomarus College in Groningen. Drie cohorten (Eindexamenjaren 2017, 2018 en 2019) hebben ondertussen examen gedaan met deze methodiek. Een deel van deze leerlingen is ingestroomd vanuit een nevenvestiging in klas 4 op de hoofdvestiging. Deze leerlingen hebben in de onderbouw les gehad met de methode “Grandes Lignes”. In het volgende overzicht worden de gemiddelde resultaten op drie vaardigheden vergeleken:


0 jaar: Ongeveer 57 leerlingen van examenjaar 2015 en 2016 die in de onderbouw les hadden met de leergang Grandes Lignes en in de bovenbouw met de leergang Librre Service (en dus 0 jaar AIM/AIMe).
3 jaar: Ongeveer 70 leerlingen van de examenjaren 2017-2019 die in de onderbouw les hebben gehad met de leergang Grandes Lignes en in de bovenbouw met AIMe.
6 jaar: Ongeveer 76 leerlingen van de examenharen 2017-2019 die in de onderbouw de AIM-methode hebben gehad en in de bovenbouw AIMe.

De groep met 0 jaar AIM/AIMe en de groep met 6 jaar AIM/AIME zijn ook vergeleken op het gebied van de schrijfvaardigheid. Dit leverde geen significante verschillen op. Oftewel: Met beide methodieken leren leerlingen net zo goed schrijven.